Mozaïek CAL 2021 - Inleiding en eerste uitleg

Mozaïek haken - hoe gaat dat nu eigenlijk in zijn werk? Wil je meedoen met onze keuzes? Bekijk dan hier de pakketten.

Het zijn geen ingewikkelde steken die we gebruiken of ingewikkelde systemen, maar je gebruikt een telschema. Eigenlijk net als bij borduren. Hieronder een tekening van een patroon. Hierin zie je hoe het patroon eruit komt te zien.

1 rij met vierkantjes staat voor 2 rijen om te haken. Je haakt een heengaande rij vasten en lossen en dan de teruggaande rij haak je dezelfde steken boven de steken van de voorgaande rij. We beginnen en eindigen met een kantsteek = een vaste in de kleur van die rij (overigens begin je altijd met 1 keerlosse).

Er zijn vanaf het tweede patroon ook teltekeningen die je kunt volgen. Het eerste patroon is om te wennen aan de techniek en erin te komen. Hieronder een uitleg hoe je de bovenstaande tekening kunt lezen.

We haken afwisselend 2 rijen met de basiskleur (in het gehaakte voorbeeld blauw) en 2 rijen met 1 van de 8 accentkleuren. In het bovenstaande diagram staan de zwarte vakjes voor blauwe steken en de witte vakjes voor de steken in accentkleur. De onderste rij haken we dus in 1 van de 8 accentkleuren. Je haakt van rechts naar links en haakt dus eerst een keerlosse en de kantsteek, daarna een losse (want die steek moet blauw worden) dan 3 vasten, een losse, 3 vasten, een losse, enzovoort. Je eindigt met 3 vasten in de accentkleur (2 witte vierkantjes en de kantsteek). De teruggaande rij haak je dus een vaste op een vaste en een losse boven een losse.

De volgende 2 rijen haken we in het blauw. Je begint met de kantsteek en haakt dan een stokje voorlangs in de 2 rijen eronder omdat de steek eronder een losse is en dat vakje blauw moet worden. Daarna haak je een losse, 2 vasten, een stokje voorlangs in de 2 rijen eronder, 2 vasten en een losse. Zo haak je verder volgens het schema, dus boven de losse van de vorige rij maak je een stokje voorlangs in de 2 rijen eronder, boven de vasten van de vorige rij, haak je of een vaste (als het vierkantje zwart is in het schema) of een losse (als het vierkantje wit is).

Het is even wennen aan een schema, maar na een paar rijen zie je vanzelf het patroon ontstaan en gaat het eenvoudiger.

Het is heel leuk om te doen, omdat er op een vrij eenvoudige wijze een mooi patroon ontstaat. We spelen met het kleurverloop voor een extra finesse. Het zijn wel wat draadjes wegwerken, maar als we dat elke week bijhouden, is het zeker goed te doen!

Hebben jullie nog vragen over deze eerste uitleg? Stel deze dan via vragen@knottenwol.nl