Hoe gaat het breien? Volgens mij is dat goed te doen, alleen de oriëntatie is een puzzel.

Als het goed is heb je nu twee clusters bestaande uit 1 hele en 2 halve hexagons en nog één halve hexagon. Hierboven een schema: custer1 en custer2 heb je vorige week gemaakt, de halve hexagon twee weken terug. De witte hexagons in het schema gaan we deze week breien, het opzetten en opnemen van de steken gaat zoals voorgaande week.

Deze week meer hexagons, die brei je aan deze twee clusters vast, met een variatie in kleur. Wil je niet met kleur breien, volg dan het patroon van vorige week.

Zet 33 steken op met achterwaardse lussen en met de hoofdkleur. Neem uit de eerste hexagon 11 steken op, zet nog 11 steken op met achterwaardse lussen en neem nog 11 steken op uit de volgende hexagon. (totaal 66 steken) Elke tweede naald wordt gebreid met de contrastkleur, beide kleuren laat je aan het werk hangen neem je aan de achterkant van het werk mee.

r: recht
av: averecht
2s: 2 steken samen breien
3s: 3 steken samen breien
aro: afhalen, recht, overhalen (mindering)

nld1 : sluit in de rondte en brei averecht
nld2 (contrastkleur): kst, * 2s, 7r, aro,* kst
nld3 en elke oneven naald (hoofdkleur): averecht
nld4 (contrastkleur): kst, * 2s, 5r, aro,* kst
nld6 (contrastkleur): kst, * 2s, 3r, aro,* kst
nld8 (contrastkleur): kst, * 2s, 1r, aro,* kst
nld10 (hoofdkleur): kst, * 3s* kst Breek de draad af rijg in een stopnaald.
Haal het uiteinde door de lussen en trek strak. Het haal dit nog een keer.