De week breien we een driehoekje, een contraststreep, weer een driehoekje. Dan een ruit en we sluiten af met een kort driehoekje.
De strook is dan precies 100 cm.

r: recht
av: averecht
kfb: (knit front back): meerdering, brei in de voor- en achterste lus van dezelfde steek: Brei de steek, maar laat hem niet van de naald glijden. Steek nog een keer in, maar dan in de achterste lus van de steek, brei en laat de steek van de linkernaald glijden.
aro: overgehaalde mindering: 1 steek als recht breien afhalen, 1 steek recht breien, afgehaalde steek over de gebreide steek halen.  
sl1: 1 steek averecht afhalen, met de draad voor het werk.
2rs: twee steken recht samen breien
2avs: twee steken averecht samen breien.


Het driehoekje beginnen we op de verkeerde kant.
Nld 1: kfb, 1r, keer
Nld 2 en alle even naalden: sl1 en brei tot het einde.
Nld 3: kfb, 1r, aro, keer
Nld 5: kfb, 2r, aro, keer
enz.
Nld 45: kfb, 22r, aro.
Je hebt nu 25 steken op je naald staan en je begint met de goede kant voor met een mooi randje kleur ertussen.

Nld 1 (goede kant): met contrastkleur: 1r, 2rsam, recht tot einde.
Nld 2: met contrastkleur: kfb,, recht tot einde.
Nld 3: met hoofdkleur: 1r, 2rsam, recht tot einde.
Nld 4: met hoofdkleur (verkeerde kant): alle steken averecht. Nu heb je weer 24 steken.

Je strook meet nu ongeveer 79 cm.

We gaan weer een driehoekje breien.
Goede kant voor.
Zie voor de beschrijving hierboven.
Eindigt met:
Nld 46: sl 1, 22r, 2rsam. Nu heb je 24 steken.

De ruit begint op de goede kant van het werk met 24 steken.
Zie patroon hiervoor.
Brei de laatste naald (is heengaande naald) met de hoofdkleur: kfb, 21r, 2rsam. Nu heb je weer 24 steken.

Het afsluitende driehoekje begin je met de verkeerde kant voor. De vorm krijg je door iedere naald 1 steek te minderen.
Als volgt:
Nld 1 en alle volgende naalden: 1r, 2rsam, recht tot einde.
Zo ga je door tot je 3 steken op je naald hebt staan.
Nld 23: 1re afh., 2rsam, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek en hecht af.